gelukkig_worden

Opdat wij gelukkig mogen worden

Omdat je niet alles kapot moet willen checken, neem ik het verhaal van de Roomba die zijn eigenaar aanviel graag serieus. Die aanval ging (toegegeven, volgens tamelijk obscure techsites, maar zie zin 1) zo: een vrouw deed een dutje terwijl haar stofzuigerrobot de kamer deed, het snoezige ding zag heur haar aan voor een stofnest en zoog zich ijverig erin vast; de brandweer moest de vrouw ontzetten.

Later zag iRobot, het bedrijf achter de Roomba, zich genoodzaakt per persbericht te laten weten dat de aanvaller beslist geen Roomba kan zijn geweest (ondertekst: dat krijg je ervan als je Aziatische namaakrotzooi koopt), maar toch: veel overtuigender wordt het bewijs dat Het is begonnen niet.

Het, dat is de opstand der machines, het moment waarop onze arrogantie en superioriteit zich tegen ons zullen keren en ons fataal zullen worden, de dag dat het bestaan voorbij zal zijn en dat het laatste wat we zullen horen ‘you will be assimilated, resistance is futile’ zal zijn.

Deze eeuw nog zou het kunnen gebeuren, voorspelt Nick Bostrom, Oxford, filosoof, fysicus en nog veel meer. Dan waaiert een wolk van microscopisch kleine robots over de wereld uit om al wat leeft om te zetten in nanotechnologie.

De Volkskrant drukte afgelopen zaterdag vier heerlijke pagina’s Bostrom af waarin hij uiteenzet waarom kunstmatige intelligentie (KI) het op een dag ‘nuttig zou kunnen vinden om af te rekenen met de mensen’. Niet uit wraak of machtswellust – dat is veel te menselijk gedacht – maar ten behoeve van de nutsmaximalisatie. KI kent namelijk Goed noch Kwaad, enkel doelgerichtheid. En als het doel luidt: maak zo veel mogelijk paperclips, dan zal de machine in alles een grondstof zien voor het maken van zo veel mogelijk paperclips. Ook in mensen, die immers uit talloos veel nuttige atomen bestaan.

Mensen zien zebrapaden die ik niet zie en rode stoplichten waarvan ik zou zweren dat ze groen waren.

Het leuke aan Bostrom is dat hij het onbevattelijke probeert te vatten. Hij behoort tot het clubje wetenschappers dat serieuze papers heeft geschreven over de vraag onder welke voorwaarden het simulatieargument, de gedachte dat we in een nagemaakte computerwereld leven, kan kloppen.

Dan krijg je al die X-files-achtige shit er gratis bij

 

Dat idee leverde ons eerder al The Matrix op, een boeiende film die ik zeven keer heb gezien (een rechtstreeks gevolg van het feit dat ik in huis woon bij iemand die in Delft heeft gestudeerd; dan krijg je al die X-files-achtige shit er gratis bij) en waarin onthuld wordt dat wij gevangenen zijn in een schijnwereld, een notie die sommige oude filosofen ook al aanhingen en waarvoor dagelijks het bewijs wordt geleverd in het verkeer: mensen zien zebrapaden die ik niet zie en rode stoplichten waarvan ik zou zweren dat ze groen waren.

gelukkig

In The Matrix heb je een Verlosser en winnen de Liefde en het Goede het van het Kwaad, zaken die in Bostroms meedogenloze toekomst geen vanzelfsprekendheid zijn, tenzij we, zo zegt hij, de KI zo ver kunnen krijgen ‘dat zij leert wat menselijke waarden zijn’. Opdat we gelukkig kunnen worden.

Maar misschien is de zin van het bestaan wel: maak heel veel paperclips, wierp de interviewer tegen. Dat zou Bostrom jammer vinden. Hij ‘hoopt op méér’.

Dat viel me van hem tegen. Want iedereen weet dat het antwoord op de ultieme vraag over het leven, het universum en alles als volgt luidt: 42.

tekst: Sheila Sitalsing illustratie: Henrieke Schuiling