Waterloo – Het einde van Napoleon

Op 18 juni is het 203 jaar geleden dat de slag bij Waterloo plaatsvond. Die verschrikkelijke veldslag maakte definitief een eind aan de heerschappij van Napoleon. De comeback van de eeuw was uitgemond in een faliekante mislukking.

Ze hadden hem veilig opgeborgen, dachten ze. Napoleon, de usurpator, was verbannen naar Elba, weg van het politieke toneel. Hij had in 1813 de slag bij Leipzig verloren en daarna waren de geallieerden Frankrijk binnengetrokken. Op 6 april 1814 tekende de keizer in Fontainebleau zijn troonsafstand. Met Louis XVIII kwam er weer een Bourbon op de Franse troon en in Wenen spraken de geallieerden met elkaar over de herindeling van Europa. Alles was bij het oude.

Terwijl men in Wenen confereerde en feestte, stapte de banneling op 26 februari 1815 in Elba op de boot. Met grootmaarschalk Bertrand had Napoleon in het diepste geheim zijn escape voorbereid. Hij zag zijn kans schoon, toen zijn bewaker kolonel Campbell met het oorlogsschip Partridge weer eens naar zijn Italiaanse liefje in Toscane was gezeild. De Corsicaan was er de man niet naar om in zijn lot te berusten. In Frankrijk was het onrustig, de koning maakte er een potje van. Napoleon had aanwijzingen dat men hem wilde vermoorden en in Wenen stelden de Britten voor hem te verplaatsen, ver weg van Europa. En dus koos Napoleon de vlucht naar voren, een grote gok. Bij Golfe-Juan ging hij met een minilegertje aan wal. Als altijd vertrouwend op het verrassingseffect en snelheid spoedde hij zich noordwaarts over de weg die nu de Route Napoleon wordt genoemd. De eerste test volgde op 7 maart in Laffrey, nabij Grenoble. Napoleon stuitte op het 5e infanterieregiment, elitetroepen die hem wilden arresteren. De spanning was om te snijden. Napoleon liep naar voren. ‘’Soldaten, herkennen jullie mij niet? Als er iemand is die zijn keizer wil doodschieten, hier ben ik.’’ Stilte. Totdat iemand ‘Vive l’Empereur’ riep en de troepen hem juichend in de armen sloten. Na Laffrey was er geen houden aan. De koning sloeg op de vlucht en in Wenen heerste verbijstering.

 

Napoleon werd opnieuw keizer van Frankrijk. Maar het land was sterk verdeeld en men eiste veranderingen. Met als gevolg politieke
vernieuwingen en meer democratisering met verkiezingen. Benjamin Constant schreef een nieuwe grondwet, die uitmondde in een liberale, keizerlijke monarchie. Voorloper van veel latere staatsvormen in Europa. Napoleon beloofde vrede, maar men geloofde hem niet. Engeland sponsorde de Zevende Coalitie en Britten, Pruisen, Oostenrijkers en Russen marcheerden richting Frankrijk. Weer koos Napoleon de aanval. De Franse keizer voerde de Armée du Nord aan, waarmee hij snel wilde toeslaan in de Zuidelijke Nederlanden. Het doel: de daar gelegerde Britten kloppen, Brussel veroveren en een wapenstilstand afsluiten. Maar het Franse leger was gemankeerd. Het ontbrak aan voldoende paarden, ervaren soldaten en goede legerleiders. Napoleon had alleen de maarschalken Ney, Soult en Grouchy aan zijn zijde, de overige maarschalken waren neutraal, overgelopen, ziek of dood. Het grootste gemis was het ontbreken van stafchef Berthier, die zich afzijdig hield en drie dagen voor Waterloo dood werd aangetroffen in het Duitse Bamberg. Een klap in het gezicht van Bonaparte. Bovendien hield hij Davout, de beste maarschalk die hij nog had, in Parijs om de verdediging van de stad te regelen. Napoleon zou er spijt van krijgen.

De Franse keizer (46) was niet bepaald in topvorm. Hij was zwaarlijvig, vermoeid en had last van aambeien. Napoleon zat bij Waterloo maar kort op zijn paard en laste zelfs rustpauzes in. De energieke leider van weleer was verdwenen. Hij reageerde traag op ontwikkelingen en maakte fouten. Zo besloot hij op advies van generaal Drouot niet in de regen van de 17e juni de Britten bij de lurven te grijpen – er werd nota bene al gevochten met de achterhoede -, maar af te wachten tot het droog was. Omdat de artillerie dan sneller verplaatst kon worden. Was hij op de 18e bij zonsopgang ten aanval getrokken, dan had hij zeven uur extra de tijd gehad om de zaak te beslechten voordat de Pruisen zouden arriveren. Het is achteraf gepraat. Feit was dat hij een bericht van Grouchy dat hem ’s nachts bereikte, niet meteen beantwoordde met het bevel terug te keren. Die opdracht stuurde Napoleon pas om twaalf uur toen de veldslag in volle gang was. Veel te laat.

Wellington had tijd gestoken in het verkennen van de omgeving bij Waterloo. De Ier, een erkend strateeg, hield van catenaccio-oorlogsvoering, sterk leunend op zijn verdediging. De geallieerden namen strategische posities in op een klein slagveld van amper 5 kilometer breedte. Ze waren er klaar voor.

 

 

De slag bij Waterloo begon pas om elf uur met een aanval op de hoeve van Hougoumont. Er werd de hele dag gevochten en het ene na het andere Franse batiljon verdween in het enorme bloedbad. Bij de andere hoeve op het slagveld, La Haye Sainte, hetzelfde laken een pak. Om één uur openden 83 kanonnen van de Grote Batterij het vuur op de Britten. Het daverende bombardement, dat zelfs in Gent te horen was, miste grotendeels zijn doel omdat de Britten verdekt opgesteld stonden. Om half twee volgde de infanterieaanval op het centrum, de zwakste plek van de Britten. Tactisch goed gezien, maar de uitvoering door Drouet D’Erlon was belabberd. Niet veel later verschenen de eerste Pruisen ten tonele. Napoleon riep overmoedig dat het Grouchy was. Een mentale dreun, toen bleek dat het de Pruisen waren. Zij hadden het gemunt op de Franse rechterflank. Tegelijkertijd begon de grootscheepse aanval van de cavalerie van Ney op de Britten. Napoleon had geen bevel gegeven en was verbijsterd toen hij Ney te keer zag gaan, zonder de noodzakelijke steun van infanterie. ‘’Het is overhaast en het verkeerde moment, maar nu moeten we hem maar steunen’’, verzuchtte Napoleon. En dus draafde de ene na de andere cavaleriegolf zich te pletter op de in 13 carrés opgestelde Britten.

Toch had Napoleon de slag nog kunnen winnen. Om zes uur werd door Ney eindelijk de hoeve van La Haye Sainte veroverd. Hij stelde de artillerie op en het Britse centrum lag voor het grijpen. Ney vroeg om meer troepen. Napoleon zei dat hij ze niet had, terwijl 14 bataljons van de Keizerlijke Garde in de wacht stonden. Een half uur later veranderde hij van mening, maar toen had Wellington de gaten in zijn linie gedicht met onder andere Nederlanders. Napoleon zette pas om zeven uur de Garde in, maar zonder steun van cavalerie. Snelheid, organisatie en onderlinge afstemming, voorheen de kracht van het Franse leger, het ontbrak in Waterloo. Toen de Garde zich stuk liep op de stugge Britten en de Pruisen doorbraken, stortte het zaakje in. De Fransen, met de keizer in hun midden, sloegen op de vlucht en de geallieerde legerleiders Wellington en Blücher ontmoetten elkaar bij de hoeve van La Belle Alliance. 

Napoleon was eindelijk verslagen. Hij zou terugkeren in Parijs en aftreden. Vervolgens gaf hij zich over aan de Britten, die hem naar Sint Helena verbanden, waar hij in 1821 overleed. De spraakmakende terugkeer van Napoleon was geëindigd in een enorm debacle, met circa 55.000 doden en gewonden als trieste resultaat…

Tekst:
Marcel Slagman
Beeldbronnen:
Napoleon de Grote (Andrew Roberts, 2015)
Napoleon, van keizer tot mythe (Johan Op de Beeck, 2014)